Een gids voor het kiezen van de juiste verfkleuren voor je interieur


Verfkleuren kiezen lijkt simpel, tot je met een kleurenwaaier op de bank zit en na een half uur nog steeds twijfelt tussen vier soorten gebroken wit. Dat overkomt bijna iedereen. Een tint die in de verfwinkel rustig oogt, kan op de muur van je woonkamer ineens zwaar of juist grauw uitvallen. Als schildersbedrijf staan we elke week in huizen tussen Eijsden en Sittard, en de missers die we tegenkomen lijken sterk op elkaar. Hieronder de punten die we klanten meegeven voordat ze een pot muurverf laten mengen, zodat ze niet na een week alweer met de roller in de weer zijn.
Functie en gewenste sfeer van de ruimte
Stel jezelf eerst de vraag wat je in de kamer doet. In de slaapkamer wil je tot rust komen, dus daar passen rustgevende kleuren zoals zacht saliegroen of grijsblauw. Een knaloranje wand tegenover je bed ziet er op Instagram leuk uit, maar als je om half twaalf het licht uitdoet, lig je er nog wakker naar te kijken. Een keuken of hal mag levendiger zijn, want daar ben je bezig of loop je alleen doorheen. Voor de muur in de woonkamer kiezen veel klanten warme kleuren als zand of terracotta, omdat die bij lamplicht gezellig ogen. Werk je thuis aan de eettafel? Houd die hoek dan licht. Grofweg geldt: blauw en groen kalmeren, rood en oranje geven energie.
Stijl van je interieur
Kijk daarna naar wat er al in de kamer staat. Een strakke inrichting met een zwarte keuken en een betonlook vloer kan prima tegen koele tinten zoals gebroken wit of greige, die mix van grijs en beige waar momenteel veel naar gezocht wordt. Ligt er een eikenhouten vloer en staat er een oude kast van je oma, dan sluiten taupe of crème daar beter op aan. In de herenhuizen in Wyck en het Jekerkwartier, met hun hoge plafonds en ornamenten, durven we vaak een diepe kleur als flessengroen of nachtblauw aan op één accentmuur, bijvoorbeeld achter de bank. Wil je meerdere kleuren combineren, hanteer dan de verhouding 60, 30 en 10: zestig procent rustige basiskleur op de muren, dertig procent in meubels en gordijnen, tien procent felle accenten in kussens of een vaas.
Lichtinval en je verfkleur²
Daglicht doet meer met een kleur dan je in de winkel kunt zien. Een kamer op het noorden krijgt koel, blauwig licht. Grijs wordt daar snel kil en wit ziet er vaal uit, dus kies je beter een tint met een gele of rode ondertoon. Op het zuiden is het licht warm, en een gele muur kan 's middags bijna gaan gloeien. In de smalle straatjes van de Maastrichtse binnenstad valt op de begane grond vaak weinig daglicht naar binnen. Daar helpt een lichte kleur met een hoge LRV (de lichtreflectiewaarde, vraag er gerust naar in de verfwinkel). Kleurstalen van twee centimeter zeggen trouwens weinig, want over een hele wand oogt dezelfde kleur een stuk intenser. Haal dus een proefpotje, zet twee lagen op een stuk karton van zo'n 50 bij 50 centimeter en hang dat een paar dagen op. Bekijk het 's ochtends en 's avonds, onder je eigen lampen.
Kort gezegd: begin bij wat je in de kamer doet, kijk dan naar je meubels en vloer, en test de kleur pas daarna in het licht van die ene ruimte. Neem het plafond meteen mee in je keuze. Wit houdt een kamer luchtig, maar zet je plafond en muren in dezelfde lichte kleur, dan valt de rand weg en lijkt een laag plafond juist hoger. Twijfel je nog, of zie je het niet zitten om drie zaterdagen op een trap te staan? Dan komt een schilder in Maastricht graag bij je langs. We helpen je de tint kiezen en zetten hem strak op de muur.




Opmerkingen